Gebruik je gezond verstand als je de weg opgaat, en houd het veilig!

Wie kent ze allemaal?

Het is absoluut een misverstand dat alleen de vrouwelijke bestuurder in paniek raakt wanneer een lampje op het dashboard gaat branden. Er zijn er ongeveer 64, er zijn er maar weinig die de betekenis van alle 64 lampjes kent en weet hoe te handelen. 

Onderzoek wijst uit dat ongeveer 60 % van de Nederlandse bestuurders de betekenis niet kent en gewoon doorrijdt wanneer een geel of rood lampje gaat branden! Doorrijden kan tot hoge kosten leiden en levensgevaarlijk zijn. De garage kan achteraf uitlezen hoelang er is doorgereden met een of meerdere brandende waarschuwingslampjes en dat betekend dat de garantie kan vervallen. U rijd immers bewust door en negeert een waarschuwing in de auto.

Het is geen hogere wiskunde. Ik leg u hieronder uit wat de belangrijkste lampjes betekenen en hoe te handelen.

Eerst de grote verschillen.

  • Groen: systeem of functie ok
  • Wit: aanwijzing
  • Geel of oranje: waarschuwing, zo snel mogelijk controleren
  • Rood: serieuze waarschuwing; zo snel mogelijk actie ondernemen (stoppen, controleren, verhelpen)
  • Blauw: groot licht is ingeschakeld.

Als we er iets dieper op in gaan.

  • Groen; lichten zijn aan. In een vorig artikel kun je nalezen controle welke lampen eraan zijn belangrijk is. Bij ingeschakelde stadslichten of parkeerverlichting brandt de dashboard verlichting en een beetje verlichting aan de voorzijde. Dit is niet voldoende! Gelukkig branden wel de achterlichten als dit lampje aan is. In het algemeen is bij een groen lampje geen gevaar aanwezig.
  • Geel of oranje waarschuwingslampje: een sensor kan altijd een probleem aangeven die er niet is. Er zijn automerken die er om berucht staan dat het normaal is om met een waarschuwingslampje te blijven rijden, het probleem is eenvoudig niet op te lossen. Onderzoek dus eerst of je niet een auto koopt waar je horentje dol van wordt en misschien je banksaldo leeg trekt.                                                    Menig bestuurder kent het algemene gele uitroepteken in een driehoek. Dat betekend een elektronica storing. Aangezien de tegenwoordige auto helemaal vol zit met elektronica is het voor een bestuurder ondoenlijk het probleem op te sporen. Natuurlijk de dealer bellen die misschien op afstand het probleem kan uitlezen en anders de hulpdienst bellen. De dealer zal hoogstwaarschijnlijk adviseren om, als alle veiligheidssystemen werken, naar de dichtbij zijnde garage te rijden.
  • Rood! Gevaar! De auto onmiddellijk op een veilige! plek stilzetten en de motor uitschakelen en hulp inschakelen. Zonder de betekenis van het lampje te kennen is dit het beste advies.

Tip; Mocht een tegenligger knipperen met zijn grote licht dan zou het kunnen zijn dat hij of zij je wilt waarschuwen voor een verkeerscontrole maar kijk eerst even op uw dashboard. Brand er een blauw lampje dan is het grootlicht ingeschakeld. En dat is voor de tegenligger verblindend dus gevaarlijk!

Tot slot een overzicht van de belangrijkste lampjes en de betekenis.

Ik wens u een veilige rit!


1 –  Accu- of dynamoproblemen
2 –  Achterklep niet (goed) gesloten
3 –  Airbag aan de voorzijde uitgeschakeld
4 –  Elektronische parkeerrem (handrem) ingeschakeld
5 –  Iemand heeft zijn gordel niet om
6 –  Problemen met de koelvloeistof
7 –  Rijstrookbewaking is uitgeschakeld
8 –  Motorkap niet (goed) gesloten
9 –  Oliepeil te hoog of te laag
10 – Naderingsalarm, u rijdt te dicht op uw voorganger
11 – Portier niet (goed) gesloten
12 – Parkeerrem (handrem) ingeschakeld
13 – Batterij van autosleutel is bijna leeg
14 – Problemen met de stuurbekrachtiging
15 – Stuurslot is ingeschakeld

16 – Storing in de aandrijflijn (motor)
17 – Storing in het antiblokkeersysteem
18 – Lage actieradius elektrische auto
19 – Automatische start/stop
20 – Lage bandenspanning of lekke band
21 – Bergrem is ingeschakeld
22 – Laag brandstofpeil
23 – Problemen met het roetfilter
24 – Laag niveau van de ruitensproeiervloeistof
25 – Problemen met de verlichting
26 – Storing elektrisch onderdeel
27 – Water in brandstoffilter
28 – Problemen met de motor
29 – Koppeling dient ingetrapt te worden
30 – Problemen met de vering/schokdempers
31 – Problemen met de remlichten
32 – Sleutel bevindt zich niet in de auto
33 – Luchtfilter is vies of verstopt
34 – Versleten remblokken
35 – Problemen met het brandstoffilter
36 – Snelheidsbegrenzer is ingeschakeld
37 – Afstelling van de hoogte van de koplamp
38 – Dimlicht ingeschakeld

38 – Dimlicht ingeschakeld
39 – Stadsverlichting ingeschakeld
40 – Mistverlichting voor ingeschakeld
41 – Groot licht ingeschakeld

E-mailen
Bellen
Map
Info
LinkedIn